De juridische grondslag waarmee u uw schade bij beleggingsfraude kunt verhalen — in begrijpelijke taal uitgelegd.
Definitie
Een onrechtmatige daad (artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek) is kort gezegd: iemand doet iets fout waardoor een ander schade lijdt. Juridisch specifieker gaat het om een handeling die inbreuk maakt op een recht van een ander, in strijd is met een wettelijke plicht, of in strijd is met wat in het maatschappelijk verkeer betaamt.
De vijf elementen
Voor een succesvolle claim moet aan vijf voorwaarden worden voldaan: (1) er is een onrechtmatige handeling gepleegd, (2) deze handeling is toerekenbaar aan de dader, (3) er is schade geleden, (4) er is causaal verband tussen de handeling en de schade, en (5) er is relativiteit — de geschonden norm strekt tot bescherming van de benadeelde.
Bij beleggingsfraude
Bij beleggingsfraude is de toepassing helder: de onrechtmatige handeling is het misleiden van beleggers (valse beloften, achterhouden informatie, wegsluizen gelden). De schade is het verloren investeringsbedrag. Het causaal verband: zonder de misleiding had de belegger niet geïnvesteerd.
Bestuurdersaansprakelijkheid
Bestuurders die persoonlijk een ernstig verwijt treft, kunnen ook persoonlijk aansprakelijk worden gesteld op grond van onrechtmatige daad. Dit is de route die BFRG bewandelt: de personen achter de fraude aanspreken, niet alleen het (lege) bedrijf.